In mijn vorige blog vertelde ik over mijn week alleen op pad met ons camperbusje.
De meest gestelde vraag die ik via Instagram kreeg: hoe deed je dat nou met eten, vijf dagen wandelen én carnivoor eten, vanuit een camperbusje? Tijd voor het antwoord.
In het heel kort
Wat houd je ongelooflijk veel tijd over als je alleen maar dierlijk eet. Wat een relaxtheid: weinig afwas, niet hoeven nadenken wat je nu weer gaat koken. Met 1 pan was ik klaar, en binnen 5 minuten stond het eten elke dag op tafel.
Waar bij andere tenten stress was omdat een pit kapot was gegaan, de rijst op was en de groenten nog gesneden moest worden en dat het langer duurde, was het bij mij niets anders dan de pan opwarmen, vlees of eieren erin doen en even kort wachten. Eerlijk gezegd nam ik niet eens de moeite om de pan elke dag af te wassen.
Vlees kopen onderweg: niet zo vanzelfsprekend
Wat een drama om vlees bij de plaatselijke supermarkt te moeten kopen. Er was meer vega-spul te krijgen dan ongemarineerd, onbewerkt vlees. Ik houd van lokaal bij de boer kopen, maar heb ook geleerd dat ik daar iets beter op moet plannen. Blijkbaar willen alle boeren op woensdag een vrije dag van de boerderijwinkel. Gelukkig heb ik de andere dagen top kunnen eten.
Vlees meenemen tijdens het wandelen
Dit was geen enkel probleem. Voor de eerste 2 dagen had ik thuis wat beef ribfingers gemaakt en er was nog een restje buikspek over.
Ideaal vlees: lekker vet en dus veel voedingswaarde.
Ik nam het in porties mee in hersluitbare plastic zakjes, die kon ik daarna meteen gebruiken om gebruikte tissues en wc-papier mee naar huis te nemen.
De rest van de dagen bakte ik na het avondeten gewoon wat gehakt in stukken.
Ik deed geen moeite om er burgers van te maken, want dan heb je meteen van die vieze handen die je dan weer helemaal moet gaan wassen bij het toiletgebouw, dit klinkt wel echt enorm lui hè.
Verder had ik gedroogde ham zonder toevoegingen mee, en als back-up voorverpakte droge worst, die heb ik niet eens nodig gehad.
Aangezien het vlees gaar of gedroogd was, heb ik het gewoon zo uit het koelkastje in mijn rugzak gedaan, zonder koelelement of iets erbij. Na ruim 2 uur wandelen ging ik eten, ik vond dat geen enkel probleem en heeft ook niet voor problemen gezorgd. Tijdens mijn wandeltochten van ca 25km at ik steeds maar 1 keer. Bij aankomst op de camping at ik vaak uiteindelijk de gedroogde ham nog op die ik mee had genomen als snack voor tijdens het wandelen en eind van de middag had ik weer een grote portie vlees en/of eieren.
Honger heb ik echt niet gehad.
De valkuil van keto en carnivoor is die enorme eetrust.
Ik ging dus steeds eten omdat ik wist dat ik moest eten.
Hier links zie je overzichten van mijn eetgedrag tijdens de lange wandeldagen. Ontbijt rond 9uur na de eerste 10km.
Terug op de camping lunch en 's avonds mijn diner. Waarbij ik op maandag na een klein uurtje toch nog een aanvulling deed met extra gehakt omdat ik echt te weinig gegeten had.
Mijn ketonen waren ook vrij hoog en mijn bloedsuikerspiegel mooi stabiel. Ik voelde me top!
Water en elektrolyten
Op het Dwingelderveld had je geen watertappunten, dus moest er elke dag voldoende water mee. Ik was lang onderweg, en met temperaturen van zo'n 30 graden ga je echt wel transpireren. Ik nam elke dag 3 liter water mee, waarvan 1 liter met elektrolyten van Clearly, in het overige water alleen wat Keltisch zeezout. Eigenlijk was dat elke dag steeds iets te veel. Mooi dat ik zo nog wel een keer iemand heel blij heb kunnen maken die te weinig water bij zich had.
Kortom:
Keto carnivoor eten tijdens een wandelvakantie bleek uiteindelijk het makkelijkste onderdeel van de hele week.
Meer denkwerk zat 'm in de logistiek (wanneer is die boerderijwinkel nou open) dan in het eten zelf. En geen gedoe met broodtrommels, want brood in zakjes wordt altijd geplat, mesjes voor fruit, snoepjes etc.. Dus ook in mijn rugzak scheelde het heel veel ruimte. Geen dips of steeds trek.
Ik heb echt ervaren dat je enorme stabiele energie hebt om zulke einde te lopen.
Reactie plaatsen
Reacties