In het vorige blog liet ik je achter in afwachting op de uitslag van mijn microbioom onderzoek. Nu komt de uitslag. Het onderzoek is van NL-Lab, een ander lab dan ik normaal gebruik. Ik werk altijd met Biovis, dus het rapport ziet er net wat anders uit dan ik gewend ben. Mijn monster nam ik af op 17 juni 2026, ruim acht maanden nadat ik carnivoor ging eten.
Eén ding nog even vooraf. Dit is een N=1 verhaal en een momentopname. Ik heb ook geen rapport van vóór mijn carnivore start, dus ik kan niet laten zien wat er veranderd is. Ik kan alleen laten zien hoe het er nu uitziet.
Wordt een carnivoor eetpatroon echt zo rampzalig voor je microbioom door het gebrek aan vezels en variatie, zoals vaak wordt beweerd? Daar was ik heel benieuwd naar.
Wat zag het lab?
De ontlasting was soepel, donkerbruin en had een normale pH van 6,5. Mijn gebrek aan vezels heeft de consistentie dus niet beïnvloed. Even een kanttekening uit mijn praktijk: een afwijkende pH zie ik bij cliënten juist heel vaak.
Bij de vertering scoorden het watergehalte, de koolhydraat- en vetvertering en de pancreaselastase allemaal normaal. Alleen de eiwitten in de ontlasting waren verhoogd.
Het rapport noemt stress, infecties en een ontstoken alvleesklier als mogelijke oorzaken. Stress, tja wie heeft er geen last van ;). Al moet ik zeggen dat ik niet heel veel stress ervaar. Infecties? Ik was niet ziek, snotterig, zwak of misselijk. Ontstoken alvleesklier? Die kan ik met mijn normale pancreas elastase ook doorstrepen. En nee, het ruikt niet naar bloemetjes als ik naar de wc geweest ben. Maar van chemische oorlogsvoering is geen sprake. Stank is juist een van de kenmerken van een verstoorde eiwitvertering. Dit alles bij elkaar genomen wijt ik vooral de verhoogde waarde van de eiwitten in mijn ontlasting aan de hogere intake. Want ja ik eet alleen maar eiwitten en vetten natuurlijk. Mijn dunne darm nam op dat moment gewoon niet alle eiwitten op en er verdween toen dus ook wat via de dikke darm in de toiletpot.
Parasieten werden niet gevonden.
Dan de algemene parameters.
De diversiteit is verlaagd, 1,1 tegen een norm vanaf 1,4. De kolonisatieresistentie is normaal. Het enterotype is 1, Bacteroides, en er is een lichte anaerobe dysbiose.
Ik word van deze uitslag niet warm of koud, zeker niet als ik het vergelijk met wat ik dagelijks in de praktijk voorbij zie komen ;). Wat ik zelf het meest belangrijk vind, is dat de kolonisatieresistentie normaal is.
Kolonisatie resistentie klinkt ingewikkeld, maar ik leg het altijd uit als een gazon. Staat het gras dik en dicht, dan krijgt het onkruid geen kans. Er is dan geen plek voor onkruid om te groeien en te leven. Mijn darmen zijn zo'n gazon. De diversiteit is wat lager dan de norm, wat betekent dat minder soorten gras (tenminste de soorten die getest zijn) staan, maar het gras dat er is, staat dicht genoeg. Er zijn geen open plekken. Concreet betekent dat als een bad guy binnenkomt, hij nauwelijks ruimte vindt om de boel over te nemen.
Over de mate van dysbiose is het lab heel duidelijk, deze mate van dysbiose heeft over het algemeen zeer weinig gevolgen voor de gezondheid.
Kortom, ookal ziet het in de eerste oogopslag er dramatisch uit met die rode en gele vlakken, het valt allemaal wel mee want de belangrijkste parameter is groen.
Deze biologische parameters en functies zeggen heel veel over de darmgezondheid. De scores van zonuline, alpha-1-antitrypsine, calprotectine, butyraatproductie, LPS-productie, sulfaatreductie, mucusfunctie, darmwandbescherming, permeabiliteit en ontsteking van de darmwand waren allemaal normaal. Twee zaken die afwijkend waren: de sIgA, die extreem laag was, en de probiotische functie, die wat verlaagd was.
sIgA
Met de sIgA wil ik beginnen, want dat is een parameter die ik zelf altijd heel belangrijk vind en eerlijk gezegd schrok ik echt van deze uitkomst. sIgA is de eerste verdedigingslinie in je darmen, zeg maar het leger dat indringers buiten de deur moet houden. Bij mij lag het leger volgens het lab letterlijk onder de meetgrens: minder dan 150mcg/ml, terwijl de norm tussen 510 en 2040 mcg/ml ligt. Zo'n lage score heb ik echt nog nooit gezien. Bij zo'n score denk ik gelijk of de persoon in kwestie wel IgA kan aanmaken. Nu weet ik toevallig dat ik dat wel kan.
Vervolgens kijk ik dan ook naar bèta-defensine, maar die werd bij dit lab niet getest. Het rapport noemt zelf ook andere oorzaken van een lage sIgA zoals een SIBO en ontstekingsremmende medicijnen. Beide heb ik natuurlijk gehad en dus kan ik die oorzaken niet uitsluiten, maar het feit dat ik helemaal geen darmklachten heb vind ik deze oorzaken niet plausibel.
Bij zo'n extreem lage waarde sIgA zou je klachten verwachten en die heb en had ik niet.
Ik dook PubMed in, vond nauwelijks onderzoeken hierover, sparde met collega's en kwam tot een hypothese.
Een carnivoor eetpatroon is eigenlijk een extreem eliminatiedieet, want alle voedingsmiddelen die de darm kan irriteren vallen weg. Als er niets prikkelt, hoeft het afweermechanisme ook niet in actie te komen. Zou een lage sIgA bij een carnivoor misschien wel gewoon bij het patroon horen?
Maar dit is dus een hypothese en geen conclusie.
Butyraat-productie
Wat me opviel was de normale butyraatproductie. Het rapport geeft 47,4% bij een norm vanaf 24%. Zoals ik in mijn vorige blog beschreef is butyraat een stofje dat je echt in je darm wilt hebben omdat het een directe energiebron is voor de cellen van je darmwand. Op de opleiding leren we dat resistent zetmeel, vezels en variatie onmisbaar zijn voor de butyraat-producerende bacteriën. Mijn voedingspatroon staat daar haaks op en toch maak ik kennelijk meer dan voldoende butyraat aan. Blijkbaar zijn er meer wegen die naar Rome uh butyraat leiden.
Als ik kijk wie er in mijn darmen huizen, kan ik wel een verklaring vinden. De Clostridium-groep heeft rijkelijk de overhand, en daar zitten veel soorten tussen die ook butyraat maken. We kijken vaak maar naar een handvol bacteriën. Maar ons microbioom bestaat uit miljoenen beestjes. Het kan best zijn dat juist die handvol soorten die getest worden, minder aanwezig zijn, terwijl een heleboel andere soorten die ook butyraat maken in overvloed aanwezig zijn. Ik vind het dus ook een enorm voordeel dat deze test daadwerkelijk de butyraat-productie meet.
Probiotische functie
Tja wat zal ik zeggen over de probiotische functie. Het lab geeft aan dat deze verlaagd kan zijn door verschillende oorzaken als medicijngebruik en ziekte. In het rapport wordt beschreven bij deze marker dat het evenwicht van het interne darmmillieu hierdoor verstoord is waardoor de spijsvertering minder goed zou kunnen verlopen en schadelijke bacteriën de kans kunnen krijgen om ziekte te veroorzaken.
Heel eerlijk gezegd kon ik hier niet zoveel mee. Tijdens het overleg met de expert van het lab werd ik ook niet heel veel wijzer. Ook zij vond deze marker weinig van belang aangezien mijn kolonisatie (dat dichte gras) prima op orde was.
Akkermansia muciniphila
Weet je nog dat ik in het vorige blog schreef over Akkermansia? Dat beestje zie ik bij vrijwel elke cliënt sterk verminderd of bijna verdwenen. Bij mij zit hij gewoon binnen de norm, met een activiteit aan de bovenkant van het normale. Geen zeewier, geen paddenstoelen, geen bessen, helemaal geen plantaardig voedsel.
Tijdens het schrijven van mijn review "De invloed van een ketogeen dieet op het darmmicrobioom en de potentiële implicaties voor Prikkelbaar Darm Syndroom" voor de opleiding tot Ketogeen Metabool Therapeut leerde ik al dat een ketogeen voedingspatroon vaak gunstig is voor Akkermansia muciniphila. Maar wat geeft nu de doorslag: voeding toevoegen die hem misschien laat groeien, of juist voedingsmiddelen weglaten? Of is het het totaal andere milieu in de darm? Dat weet ik niet. Waarschijnlijk is het een samenspel van meerdere factoren.
Wat haal ik hier uit?
De algemene conclusie van de expert van het lab was dat mijn microbioom helemaal zo gek nog niet is. Ze was verrast dat ik carnivoor at en had eigenlijk nog nooit bewust een microbioomonderzoek van een carnivoor gezien.
Wat me opviel, was dat er ondanks die positieve conclusie toch direct gestuurd werd op meer vezels. Er werd niet gevraagd waarom ik voor dit eetpatroon kies en wat het me brengt. Ook in het rapport staat dat het goed zou zijn om dierlijke vetten en eiwitten te verminderen, meer groente en fruit te eten en een probioticum te overwegen. Als je alleen naar de waarden kijkt, is dat een logisch advies. Het is een standaardaanpak: de waarden moeten binnen de norm passen.
De referentiewaarden komen van een algemene volwassenenpopulatie, dus van mensen die gemiddeld een westers eetpatroon hebben. Dat een carnivoor daar op een paar punten van afwijkt, is dan niet vreemd. De vraag is wat een normale waarde is voor iemand die zo eet, en wat gezond eigenlijk betekent. Daar heb ik het antwoord niet op. Mijn hoofd zit vol vragen en deze uitslag heeft mijn kijk op darmgezondheid en microbioomonderzoek wel veranderd.
Dat maakt zo'n ontlastingsonderzoek voor mij niet onzinnig. Pathogene bacteriën en parasieten uitsluiten, weten hoe het met de vertering en de afweer in de darm staat, zijn gegevens waar je bij klachten echt iets aan hebt. Maar heel specifiek sturen op één beestje zet ik mijn vraagtekens bij, want we kunnen maar een mini stukje testen en weten nog zo weinig.
Blijven aansturen op meer vezels zonder te kijken naar wie je voor je hebt, lijkt mij geen logische stap. Ons microbioom is zo complex, je kunt het vergelijken met het heelal: we kennen er maar een heel klein stukje van.
Wat zou het mooi zijn om ontlastingsuitslagen van meer carnivoren naast elkaar te kunnen leggen.
Eet jij ook carnivoor en heb je een uitslag liggen? Laat het me weten.
Reactie plaatsen
Reacties
Wat een interessante uitslag! Alles en iedereen lijkt opgeleid te zijn om maar netjes naar het voedingscentrum te verwijzen, dus de aanbevelingen vind ik niet raar.
Zelf heb ik vage darmen na een biliopancreatische derivatie, veel van de groenten worden simpelweg niet verteerd en leveren alleen maar darmkrampen op. Misschien moet ik het ook eens proberen en dan wel ook een 'voor' doen ;)